Paul Sercu, grondlegger van de fasciatherapie, somato-psychopedagogie en perceptieve pedagogie in België.
Alles begon met kinesitherapie.
Als kinesitherapeut, afgestudeerd in 1980 en gestart met een eigen praktijk, merkte ik al snel dat de patiënt te weinig betrokken werd bij de behandeling. We richtten ons vooral naar het bewegingsstelsel, spieren en gewrichten en de patiënt volgde de aanwijzingen op onder de vorm van lichaamsoefeningen. Soms voelde ik me machteloos wanneer ik mensen met bepaalde aandoeningen niet voldoende kon helpen. Dat bracht me ertoe om een antwoord te zoeken in de osteopathie waar ik een invulling van mijn frustratie verwachtte.
Osteopathie als tussenstap
In de cursus osteopathie hoopte ik een meerwaarde te vinden. Ik leerde anatomische verbanden beter begrijpen: anatomisch is het lichaam één geheel en het functioneert ook zo. Tijdens deze opleiding maakte ik kennis met de fascia, het bindweefsel dat alles met elkaar verbindt. Ik ontdekte nieuwe manieren om gewrichten vrij te maken. Vooral de functionele osteopathie sprak me aan, door haar subtiliteit en zachtheid. Ik ervoer dat zacht werken, op gevoel, soms opmerkelijke resultaten kan opleveren. Daar miste ik een stevige theoretische basis: de wetenschappelijke onderbouwing was beperkt. Na het behalen van mijn diploma bleef ik met één belangrijke vraag zitten: hoe kan ik de patiënt, als volwaardig persoon, actief betrekken bij de behandeling? Een behandeling waarbij hij niet passief op de tafel blijft liggen om zich te laten behandelen of manipuleren en blindelings instructies te volgen, maar waarbij therapie vertrekt vanuit de persoon zelf — niet enkel vanuit het lichaam.
Fasciatherapie
In 1986 ontmoette ik Danis Bois, grondlegger van de fasciatherapie. Zijn manier van behandelen en zijn benadering van de patiënt trokken meteen mijn aandacht. Het zachte, persoonsgerichte karakter van zijn aanpak, gecombineerd met een bijzondere therapeutische relatie, was voor mij een echte eyeopener. Hij raakte niet alleen de anatomie en de fysiologie, maar ook de persoon zelf. Dat voelde vanzelfsprekend aan. Ik besloot mijn antwoord te zoeken in de opleiding fasciatherapie MDB. Mijn gedachte was simpel: Wat Danis Bois kan, moet ik ook kunnen.
Tijdens deze opleiding ontdekte ik dat de fascia veel meer is dan alleen het bindweefsel dat anatomische structuren met elkaar verbindt — van het binnenste van de cel tot de huid, van kop tot teen. De fascia is ook het orgaan waarmee we onze bewegingen, ons lichaam en onszelf waarnemen. Zoals de huid ons tastzin geeft, zo is de fascia het orgaan voor proprioceptie (houding, beweging, kracht, lichaamsbewustzijn) en interoceptie (de toestand van onze organen, emoties en gevoelens). De fascia vormt daarmee, samen met het zenuwstelsel, een schakel tussen lichaam en geest: het orgaan dat ons informeert over hoe ons lichaam, onze beweging en onszelf eraan toe zijn.
In 1993 vond ik het jammer dat de cursus niet in België werd aangeboden. Dit leidde tot de oprichting van het European College of Fasciatherapie (later Fascia College) en de start van de opleiding in België. Toch bleven er vragen bestaan. Danis Bois merkte dat een louter lichamelijke benadering, zelfs wanneer de fascia en fysiologie (zoals het stresssysteem) werden meegenomen, niet altijd volstond. Het opheffen van spanningen in het lichaam en het herstel van de functies van de fascia niet automatisch leidde tot een beter functionerende persoon. De resultaten waren er, maar soms onvoldoende duurzaam. Hardnekkige overtuigingen of het uitblijven van gedragsverandering konden de vooruitgang belemmeren.
Daarom zochten Danis Bois en zijn team, waarvan ik deel uitmaakte, in de educatieve wetenschappen naar antwoorden. Hoe kunnen we de persoon actiever betrekken bij de behandeling? Hoe kan hij zich bewust worden van zijn beweging, zijn lichaam en zichzelf? Hoe kan hij bewust worden van de bekomen resultaten op lichamelijk en psycho-emotioneel niveau? En hoe kan dat bewustzijn leiden tot een nieuwe manier van denken en handelen? En… hoe kan hij de winst implementeren in zijn dagelijkse leven? Uiteindelijk ging het om het ontwikkelen van een therapie waarin de patiënt niet enkel een passieve ontvanger is, maar een actieve deelnemer onder begeleiding van de therapeut.
Somato-Psychopedagogie
Uit deze vragen ontstond de somato-psychopedagogie (S-PP): hoe kan je, door je bewust te worden van wat je ervaart tijdens een lichamelijke behandeling, je manier van emotioneel reageren, denken en handelen verbeteren, en zo je levenskwaliteit verhogen?
Een eenvoudig voorbeeld: waar de therapeut je kan helpen om tot rust te komen, gaat S-PP een stap verder. S-PP geeft een antwoord op de vraag: hoe kan de patiënt zelf leren om tot rust te komen én rustig te blijven, zelfs in stressvolle omstandigheden en hoe kan je dat op een duurzame manier in je leven implementeren?
Het onderzoeksdomein van Danis Bois en zijn team lag vooral binnen de educatieve wetenschappen en de psychosociologie, mede onder impuls van Jeanne Marie Rugira en andere academici.
Perceptieve pedagogie
Ook gezonde personen ervaren momenten waarop ze minder goed functioneren. Daarnaast zijn er performers, zoals dansers, acteurs en sprekers, die hun vaardigheden verder willen verfijnen met behulp van onze technieken. Zo ontstond de perceptieve pedagogie (PP).

Hier bleven we ook niet stilstaan
In deze hele evolutie verdiepte ik me verder in de medische en neurowetenschappelijke kennis over beweging. In België maakt de fasciatherapie deel uit van de kinesitherapie, een medisch beroep. Daaruit ontstond het concept van de sensoriële biomechanica: een biomechanisch model dat beweging niet alleen bekijkt vanuit de anatomie, maar vanuit de oorsprong in de hersenen, de bewegingscontrole en de beleving tijdens de uitvoering. Dit pionierswerk beschreef ik samen met Dominique Bourgeois in het boek Bewegingsperceptie ontrafeld (2016). In 2020 volgde, samen met Viviane Wolfs, Fasciatherapie: sensomotorische rugschool, waarin we de principes uit het eerste boek vertaalden naar een praktische toepassing.
Met Nadine Quéré, grondlegger van de behandeling van het bloedvatenstelsel en auteur van Fasciatherapie, pulsologie, de behandeling van het neurovasculaire systeem, bestudeerde ik de eigenschappen van het bindweefsel. We onderzochten onder andere krachtoverdracht (Peter Huijing), het peri-articulaire bindweefselapparaat (Jaap Van Der Wal) en introduceerden het model van biotensegriteit (Stephen Levin) als eigenschap van het bindweefsel. Ons doel was om meer verklaringen te vinden voor het waarom en het waarvoor van bepaalde technieken, en om een stevigere wetenschappelijke basis te leggen. Tegelijk hielpen deze wetenschappelijke bevindingen ons om onze therapeutische en educatieve technieken te verfijnen.
Zo ontwikkelde ik de shifts: een zachte, niet-manipulatieve manier om wervels vrij te maken. Daarbij onderzocht ik vragen zoals: waar plaats je je handen? Met welke druk en rek werk je om je doel te bereiken? En hoe betrek je de persoon actief tijdens deze handeling? Ook dit vormde pionierswerk binnen de fasciatherapie.
BodyMind Academy
In 2021, in volle coronacrisis, vond ik dat we nog verder moesten gaan. Daar waar prof. Danis Bois gezocht had in de educatieve wetenschappen (hij had zich ondertussen teruggetrokken uit de fasciatherapie) wilden wij verder spitten in de medische en neuro- wetenschappen. Ook op het niveau van de anatomie en fysiologie van het bindweefsel. De fasciatherapie was ondertussen in België erkend als deeldiscipline van de kinesitherapie door Axxon en werd meer en meer voorgeschreven door de huisartsen en specialisten als vorm van kinesitherapie.
Samen met academici en experten in het domein van de fascia en de lichaamgeest eenheid richtten wij de BodyMind Academy op. Ons doel: een modern onderwijsorgaan opstellen, actief nieuwe wegen blijven ontdekken en de fasciatherapie en afgeleide therapieën verder blijven ontwikkelen binnen de geneeskunde.
We wisten al dat de fascia het orgaan was dat ‘informatie’ gaf aan de hersenen. Maar hoe gebeurt die informatieoverdracht? Hoe verwerken de hersenen ‘informatie’ vanuit het lichaam tot een bewust (ziekte)beeld? En hoe reageert het lichaam en de persoon op die verworven informatie? Wanneer wordt een gevoel dat de persoon heeft een symptoom? Zo hebben we ontdekt hoe de hersenen informatie opwekken uit stimuli uit het lichaam, het autonome zenuwstelsel en het psycho-emotionele. Welke systemen daarbij tussenkomen op lichamelijk, emotioneel en psychisch niveau en hoe die hersenen dan weer het lichaam, de geest en het emotionele aansturen. Zo krijgen we inzicht in en kunnen we uitleggen wat een lichaamgeest eenheid concreet inhoudt, waaruit die eenheid bestaat en hoe we de persoon als een lichaamgeest eenheid kunnen benaderen. Wat het verschil is tussen een geest die het lichaam beïnvloedt en het lichaam die de geest beïnvloedt en een eenheid van lichaam en geest? De eenheid van lichaam en geest hebben we in een neologisme gegoten: de lichaamgeest eenheid. Zijn het twee aparte entiteiten die samenwerken of is het één verwevenheid? En… Hoe komt het dat elke patiënt anders reageert op eenzelfde behandeling? .
Daarop hebben we een antwoord kunnen vinden. Zoals elke conclusie is het een hypothese. Maar deze keer is deze opgebouwd uit onweerlegbare wetenschappelijke vaststellingen. Deze nieuwe kennis heeft ons heel verrassende en diepere inzichten en aanwijzingen voor de therapie gegeven. Deze kennis wordt opgenomen in al onze cursussen. Je ziet, we zijn echte pioniers.
Daarnaast zijn we in zee gegaan mat EDS Vlaanderen. Een interessante piste die dieper ingaat op de fascia. Iedereen wordt geboren met “zijn” kwaliteit van bindweefsel. Dit wordt genetisch bepaald. Je hebt gezond, zwak en ziek bindweefsel. Nu wordt ziek bindweefsel erkend als een genetische afwijking in zeldzame ziektes zoals de ziekte van Elhers Danlos, osteogenesis imperfecta en de ziekte van Marfan. We stellen vast dat er ook niet-genetische vormen bestaan (zwak bindweefsel) die dezelfde klachten kunnen veroorzaken en dat dit probleem frequenter voorkomt dan gedacht. Tot nu toe wordt dit probleem nog gediagnostiseerd als fibromyalgie, CVS, hypochondrie, aandachtrekkerij , trauma in de kindertijd…. Een nieuw domein dat de BodyMind academy ter harte neemt. Ook hier lopen we met de vlag voorop.
Ook op medisch-politiek niveau zijn we erg actief en nemen we het voortouw. We doen al het mogelijke om deze interessante en vernieuwende visie in onze gezondheidszorg te implementeren. We hebben in 2024 – 2025 samengewerkt met de manueel therapeuten, sportkinesitherapeuten, pelvische kinesitherapeuten en huisartsen in Vlaanderen en Brussel in een medisch-kinesitherapeutisch overleg. Dit als afgevaardigde van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie. Het doel is de huisartsen richtlijnen aan te bieden voor de behandeling van patiënten die lijden aan chronische lage rugklachten.
Momenteel maakt de BMA ook deel uit van de ¨Societal Impact of Pain (SIP). Samen met academici en andere experten binnen het domein van ‘pijn’ ontwikkelen en presenteren ze richtlijnen aan beleidsmakers om personen met chronische pijn opnieuw te integreren in de gemeenschap en de werkvloer. Daarin zitten zowel academici als experten in de behandeling van pijn. Dit allemaal maakt deel uit van onze ziel.
En het volgende obstakel hebben we ook overbrugd: hoe kunnen we nu een visie vanuit een lichaamgeest eenheid implementeren in een gezondheidszorg waar lichaam en geest worden gescheiden?
Je ziet maar: het oprichten van de BodyMind Academy is geen amateurwerk maar een goed doordacht project met een stevige basis. BMA steunt op drie ideologische pijlers: Pioneer, integrate en empower.

